Home

Oorsprong

Heritage TWH

Heritage (vervolg)

Heritage Europa

 

Activiteiten

Publicaties

Nieuwsbrief

 

Gastenboek

Route

Links

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Heritage Tennessee Walking Horses (2)

In de tijd die verstreken was tussen de eerste posters uit 1926 en die uit 1941 was echter veel gebeurd. De komst van de Tennessee Walking Horse National Celebration had het showpaard en een aantal bloedlijnen onder de aandacht gebracht bij het grote publiek. Mr. Frank Rambo, eigenaar van de wereldkampioenen Melody Maid en City Girl, wilde Red Allen van de Olivers kopen als vertegenwoordiger van de mooiste Roan Allen lijn op dat moment. Hoewel het aangeboden bedrag hoog genoeg was om een boerderij in Tennessee te kopen, sloegen de Olivers het bod af.

City GirlTerwijl gedurende zeven jaren in twee werelddelen de oorlog woedde, vervulde het oude roodbruine paard onafgebroken zijn plichten. In 1946 was het de zes jaar oude Leon Oliver, de oudste van de vier Oliver broertjes, die getuige was van het stille verdriet toen het oude paard van zijn grootvader  afgemaakt moest worden. Herman Oliver had geen zoon van de oude roodbruine gehouden, maar hij bood in de late veertiger jaren de diensten aan van twee andere hengsten. Toen het nieuwe decennia begon zorgden twee factoren voor veranderingen in de activiteiten van Oliver en vele andere boeren. De 2e wereldoorlog was voorbij en de zware industrie kon zijn aandacht richten op de thuismarkt. De tractor werd gemeengoed op zelfs de kleinste boerderij in Tennessee. De markt voor het gebruikspaard stortte in en een langdurige droogte, waardoor de gewoonlijk grote hooioogst mislukte, versterkte deze ontwikkeling. Herman Oliver, evenals vele andere boeren, verkocht zijn hengsten en concentreerde zich op activiteiten die geld op zouden leveren. 

Leon Oliver en zijn broers groeiden op met het rijden en trainen van gevlekte pony’s die in de vijftiger jaren erg populair waren. Na zijn eindexamen van de high school ging Leon in het leger. Toen in 1965 zijn diensttijd erop zat besloot hij terug te keren naar midden Tennessee. In de showring van deze staat regeerden de 'Big Lick Tennessee Walkers', terwijl zelfs de vrijetijds paarden hoefverhogers droegen als hun ruiters mee wilden doen aan de wedstrijden. In deze sfeer keerde Leon terug en hij besloot om de erfenis van de bloedlijnen die ooit door zijn grootvader, vader en oom Jesse Clark in het leven waren geroepen, veilig te stellen. Om dit te bereiken bracht Leon de enige stamboek merrie van de familie, Merry Man’s Star, van Womack’s Merry Man naar Giles County, iets wat in die tijd zeer ongebruikelijk was. Zijn oom had daar nog een oude roodbruine zoon van Clark’s Red Allen staan. Deze Red Bud’s Allen, zoon van een Hunter’s Allen F-10 merrie, was in zijn goede dagen een opvallend en intelligent paard geweest. Als gevolg van de tijdsomstandigheden waren de meeste van zijn nakomelingen afkomstig van gewone merries, gemakkelijk rijdende paarden die toen zo populair waren in midden Tennessee. 

Uit de kruising tussen Red Bud’s Allen en Merry Man’s Star werden twee roodbruine hengstveulens geboren, in 1966 en 1967. Het oudste veulen stierf zodat de jongste, die Red Bud’s Rascal was genoemd, de traditie voort moest zetten. In de zestiger en vroege zeventiger jaren waren er echter voor een normaal beslagen jonge hengst in midden Tennessee geen mogelijkheden om zichzelf te bewijzen. In de zaterdagavond shows, die als voorbereiding op de Celebration dienden, domineerden de hoog beslagen paarden. Op het platteland bloeiden de shows van ruiterclubs in kleine wedstrijd ringen. Leon en zijn jongere broer Steve, deden actief mee aan de wedstrijden van deze ruiterclubs, Leon op Scout, een grote ruin en Steve op een stijlvolle mahoniekleurige walking horse vos met de naam Mark’s Crackerjack. Crackerjack was snel en stijlvol genoeg om voortdurend in de top te eindigen en deed uiteindelijk mee aan het kampioenschap van de State Saddle Club. Red Bud’s Rascal, die nog niet volgroeid was, bleef thuis. Zo af en toe verliet de jonge Bud zijn thuis. Een buurman besloot eens dat hij een veulen wilde fokken. Leon zadelde dan de hengst op en reed hem naar de boerderij van de buren, waar de hengst dan verscheidene dagen bleef. Toen Leon’s vriend Billy Tailor besloot om zijn oude merrie te laten dekken, reisde BUD naar Franklin County in de buurt van Lynchburg, om zijn diensten aan te bieden. Bij een andere gelegenheid bereed Stanley Nix, de zoon van Mary Lou Oliver, de jonge hengst tijdens de nachtelijke Lewisburg Christmas Parade. 

Red Bud's Rascal & Leon OliverAan het eind van de zeventiger jaren veranderden de opvattingen. Plantation rings waren tijdens paardenshows in de weekenden gemeengoed geworden. Crosscountry rijden bracht weer grote groepen ruiters in het zadel zowel op privé-terreinen als op erkende parkoersen. Paarden met een bijzondere kleur zoals schimmels, palomino’s en tobiano’s  waren geliefd bij de crosscountry ruiters. Paarden die konden wandelen, of die mooie gangen hadden met normaal beslag, kwamen weer in trek, terwijl sommige fokkers actief begonnen te zoeken naar de restanten van oude oorspronkelijke bloedlijnen die veertig jaar geleden belangrijk waren geweest. In 1979 kwam Leon Oliver tot de conclusie dat hij had behouden  wat vele anderen nu zochten. Hij bestelde visitekaartjes waarop hij de bijzondere rassen vermeldde die hij fokte en waarop hij “Red Bud’s Rascal, een kleinzoon van Clark’s Red Allen, geboren in 1921”, als dekhengst aanbood. 

In de tachtiger jaren trad weer een ommekeer op toen deelnemers in de Plantation klasse paarden met zeer zware hoefijzers begonnen te rijden. Mensen die een lichter beslag en een meer natuurlijke stijl prefereerden drongen aan op een aparte klasse voor hun paarden, hetgeen resulteerde in een competitie voor de normaal beslagen paarden. Fokkers die veulens voor deze nieuwe klassen of voor de crosscountry wilden produceren waren op zoek naar een hengst van de oude stijl, die er goed uitzag en met een natuurlijke wandelende gang. Red Bud’s Rascal, met zijn oorspronkelijke afkomst, zijn makkelijke karakter, zijn gewillige aard, zijn sterk beenderengestel, zijn natuurlijke wandelgangen en de fiere manier waarop hij zijn staart droeg, begon aantrekkelijk te worden voor een stoet van traditioneel gefokte merries, maar ook voor merries uit moderne bloedlijnen. De veulens van Old Bud waren niet vaak veelbelovend, maar ze waren goed gebouwd, slim, gevoelig en gewillig. Als de eigenaars ze eenmaal onder het zadel hadden kwamen de jonge Buds nooit meer op de markt. 

Bud's Sterling BulletTerwijl Old Bud in zijn twintiger jaren eindelijk enige erkenning kreeg, begonnen zijn dochters te produceren. Eén dochter werd gedekt door een hengst van Ebony’s Senator wiens grijze kleur afkomstig was van Top Wilson. Twee veulens, een merrie en een hengst waren het resultaat daarvan. Leon behield het schimmelveulen als een toekomstige dekhengst, bracht hem onder het zadel, leerde hem te gehoorzamen aan bevelen en op commando stil te staan. Toen hij drie jaar was dekte Bud’s Sterling Bullet zes merries met als resultaat vijf schimmels en een vos veulen. Ook bij de later geboren veulens was een hoog percentage schimmels. De veulens van Bullet vertonen dezelfde eigenschappen als de oude BUD, ze zijn slim, sterk gebouwd en hebben zeer goede wandelgangen, vaak hebben ze zelfs een vleugje zilver in de kleur! Hun vader, Bud’s Sterling Bullet, het rijpaard van Leon Oliver, is ervaren in de Crosscountry en deelnemer aan verschillende Columbia Mule Days parades, waar hij een rijtuig heeft getrokken in een tweespan met de schimmel Old River, ook een fokprodukt van Oliver. Gedurende bijna driekwart eeuw heeft de familie van Leon Oliver de liefde voor de oorspronkelijke Tennessee Walker bewaard, door voortdurend de nadruk te leggen op intelligentie, aanspreekbaarheid, berijdbaarheid en de van nature aanwezige knikkende gang. Het zijn fokkers zoals de Olivers die dit paardenras gedurende tientallen jaren in stand hebben gehouden en families zoals zij zullen de traditie van de normaal beslagen Walking Horse in de komende jaren handhaven.

Oorspronkelijk gepubliceerd in “The Plantation Showcase” december 1995.
Geschreven door Franne Brandon, vertaald door Sandra van den Hof.

NB. 
Red Bud's Rascal aka "Old Bud" stierf op 13 juli 1997 op 31 jarige leeftijd aan ouderdom. De herinnering aan hem leeft voort in de nakomelingen die wereldwijd terug te vinden zijn. Wij zijn trots één van de laatste nakomeling van Old Bud bij ons op stal te hebben. 

In memory of Old Bud

Een 6-tal fokkers die de Tennessee Walker koesteren waarvoor hij van origine gefokt is, hebben zich samengevoegd tot de Heritage TWH Society. Meer info over dit oorspronkelijke type paard met hun specifieke karaktereigenschappen en gangen vind je op de Heritage TWH Society website. Wij zijn trots deel te mogen uitmaken van deze groep en een bijdrage te kunnen leveren aan het behoud van de oorspronkelijke TWH.

De Tennessee Walking Horse Heritage Society heeft weer een nieuwe DVD uitgebracht. "The World of the Heritage Walking Horse" is een 60 minuten durende dvd met interviews en unieke videobeelden van Tennessee Walkers met oude, zeldzame bloedlijnen. Met de Old time bluegrass muziek op de achtergrond waan je je een uur lang in Tennessee.

Ben je nieuwsgierig naar de achtergrond van onze paarden en wil je meer weten over de geschiedenis en oude bloedlijnen van de Tennessee Walker? Dan is deze DVD een absolute aanrader! De kosten bedragen € 15,- incl verzendkosten. Interesse? Bestel hier.

In 2006 is de Heritage Society een nieuwsbrief gaan publiceren onder de naam Heritage Highlights. Deze kun je hier downloaden.

Wij zijn begonnen met het in kaart brengen van Heritage Horses in Europa. Niet alle paarden zijn Heritage gecertificeerd maar het geeft wel een beeld van de aanwezige 'old time' paarden en hun bloedlijnen. Wilt u weten of uw paard voldoet aan de criteria? Kijk dan op de site van de Heritage Society voor de richtlijnen en geef het resultaat aan ons door tezamen met het stamboeknummer.

 

© copyright Pleasure Gaits 2000-2008
Last modified: 09 mei 2008